Oma’s Kaneel – Pecan lekkach

Bijzonder bewerkelijk, maar heerlijke koek , van mijn oma.
Oorspronkelijk uit de Duits-Oostenrijkse Joodse keuken. Ik herinner mij, dat als deze koek gemaakt was, het hele huis heerlijk rook (met de belofte dat we iets heerlijks bij de koffie/ thee gingen eten).
De koek smaakt naar appeltaart, maar zonder appel, met een heerlijk krokante onderlaag, door de stroop die gebruikt wordt.
Een koek die niet al te zoet is, gezellig smaakt (misschien wel door mijn herinnering)en bijzonder is om te zien en te proeven. Mijn hele familie vindt dit heerlijk en het is altijd feest als ik de tijd heb om deze koek te maken!
Ik heb dit recept weer geleerd aan mijn jongste ‘aanleundochter’, die dit de allerlekkerste taart vindt die ze kent.

•    1 zakje droge gist                                                Voor het mengsel:
•    2 eetlepels suiker                                                •    klont boter (+/- 45 gr)
•    0,6 dl lauw water                                                 •    5 eetl schenkstroop
•    0,75 dl melk                                                           •    150 gr licht bruine suiker
•    klontje boter (+/- 30 gram)                             •    2,5 theelepel kaneel
•   snuf zout                                                                   •    100 gr pecannoten,
•    1 losgeklopt ei                                                             grof gehakt
•    2 theelepels vanille-essence                         •    90 gr rozijnen
•    250 gram bloem

Doe de gist,  1 eetlepel suiker en lauw water in een kom. Mix het geheel 1 minuut, tot de gist oplost. Laat dit mengsel 10 minuten staan, tot het schuimig wordt.

Doe de melk, boter, zout en de rest van de suiker in een steelpannetje en laat het mengsel op middelhoog vuur net aan de kook komen. Laat daarna het mengsel afkoelen tot het lauw is. Roer dit door het gistmengsel en mix er vervolgens langzaam het ei en de vanille-essence doorheen. Voeg daarna beetje bij beetje de bloem toe en mix het geheel op gemiddelde snelheid in 4 minuten tot een glad en elastisch mengsel. (Let op! het mag niet te droog, maar ook niet te nat zijn!).

Vet een kom in met olie en leg het deeg in de kom. Draai de deegbal om, zodat het helemaal is bedekt met de olie (dit is tegen uitdrogen van het deeg). Dek de kom af met een schone theedoek en laat het deeg 1,5 uur rusten op een warme plaats, tot het naar een dubbele omvang is gerezen.

Vet een springvorm in. Bedek de bodem met bakpapier (tegen beschadiging). Besprenkel de bodem met 2,5 eetlepel stroop (goed verdelen). Meng suiker, kaneel, pecannoten en rozijnen en strooi de helft van het mengsel op de bodem van het bakblik.

Leg het gerezen deeg op een met bloem bestrooid aanrecht en rol het uit tot een rechthoek van +/- 20×40 cm. Bestrijk het deeg met de restant van de boter en de stroop en verdeel de rest van het mengsel over het deeg.

Rol het deeg op, tot 1 grote rol (boomstam) en snij het deeg dan in kleine stukken van ongeveer 2 cm breed.
Leg de gesneden stukjes naast elkaar en vul de bodem van het bakblik volledig.
Dek het blik toe met de theedoek en laat het deeg nog een 1 tot 1,5 uur rijzen.

Bak de koek in 35 – 40 minuten in een oven van 170 graden.
Laat de koek afkoelen voordat de springvorm wordt geopend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *