Surinaams Gemberbier

Gemberbier is een typisch Surinaams drankje. 
Anders dan dat je bij de naam zou denken, is het geen alcoholische drank maar een limonade op basis van gember. 
Het is een heerlijk zoet drankje met een prettige nabrander van gember en kruidnagel.
Gemberbier is het allerlekkerst als je het ijskoud drinkt (het liefst natuurlijk met warm weer erbij).
In dit recept is ananas toegevoegd, wat meteen een heerlijke tropische smaak geeft.
Sommige Surinamers doen voor de extra ‘spice’ er ook nog madam Janette pepertjes in.

Benodigdheden voor 1,5 liter Surinaams gemberbier:

•     10 grote stukken (handpalmgrootte) verse gember
•     2 zakjes vanillesuiker
•     1 citroen
•     300 gram suiker
•     1 ananas
•     Een handvol kruidnagels (hoe meer kruidnagels hoe pittiger de gemberbier)
•     Een grote kom
•     Kan om de gemberbier in te doen
•     Staafmixer of blender

Bereidingswijze:
Was de gember en snij alle plekjes eraf. (Let op! De gember niet schillen!).
Leg de gember even in het water, om al het vuil eraf te spoelen. 
Snijd de gember in stukken en doe deze in de blender. Vul dit aan met 250 ml water en mix tot alle stukjes fijngemalen zijn. Doe de geblendeerde gember in een grote kom.
Kook 1,3 liter water en voeg dit toe aan de kom met gember.

Pers de citroen en voeg dit bij het gembermengsel. Voeg daarna 300 gram tafelsuiker, vanillesuiker en de kruidnagel toe.
Schil de ananas en snijdt in kleine blokjes. Blendeer de ananas en voeg aan het mengsel toe.

Laat het mengsel 1 nacht in de koelkast trekken.

Doe het gembermengsel door een zeef en vang het vocht op in een kan. Je kunt, als je het gemberbier te sterk van smaak vindt, het aanlengen met koolzuurwater.

Serveertip: Met ijsklontjes en een takje munt of zet het gemberbier voor serveren even een uurtje in de vriezer.

   

Marokkaanse Muntthee

Marokko is een land vol theeliefhebbers.
Muntthee of in het Arabisch shāy bil n’anā, is een thee die veel in Marokko wordt gedronken en staat centraal in het sociale leven.
De muntthee wordt in kleine theeglaasjes gedronken. 
In Marokko is de hoogte waarmee de thee wordt ingeschonken een indicatie van de mate waarin de gast in de gunst valt bij de gastheer of gastvrouw.

• Bosje verse munt (nana)
• 2 eetlepels groene Marokkaanse thee
• 5 eetlepels suiker (naar smaak)
• 1 liter water
• Metalen Marokkaanse theekan

Bereidingswijze

Doe de thee in een metalen Marokkaanse theekan. Doe er een scheut kokend water bij, om de thee te wassen. Giet het water uit de theekan.

Voeg suiker en verse muntblaadjes toe aan de theekan en schenk er (1 liter) kokend water op. Voeg nog enkele blaadjes thee toe.
Laat de thee 5 minuten doorkoken op hoog vuur zodat de thee begint te schuimen.

Schenk de thee in een theeglaasje. 
Het eerste glaasje thee weer terug gieten in de kan. Hiermee kunnen alle smaken goed door elkaar trekken.
Schenk alle glaasjes thee in.

Kamla’s surinaamse stamppot

In 1982 verhuisde de Hindoestaanse Kamla als 36-jarige met haar kinderen vanuit Suriname naar Nederland.
Het was in het begin behoorlijk wennen voor haar, niet alleen omdat Nederland heel anders is dan Suriname, maar ook omdat ze haar vertrouwde ingrediënten voor haar traditionele Surinaamse recepten niet of nauwelijks kon krijgen. Daarom moest zij vindingrijk zijn en heeft zij zelf een aantal ‘Hollandse gerechten’ met Surinaamse twist bedacht. 
Normaal gesproken kookt zij rijst bij haar gerechten, dus als zij deze stamppot met Surinaamse twist mét aardappelen maakt, is het een waar feestmaal. 
Daarom kookt zij ook altijd een grote hoeveelheid aardappelen. En.. die gaan ook altijd op!

Foto Lucette van den Berg

Recept voor 4 personen:

•     3 kilo kruimige aardappels
•     1 kilo winterpeen in schijfjes gesneden
•     4 bladeren paksoi
•     5 madam janette peper
•     1 blikje tomaten puree 70 gram
•     zout, naar smaak
•     room
•     
instant jus
•     250 gr Champignons in vieren gedeeld
1
•     theelepel knoflookpoeder
•     laurierblad 5 stuks
•     4 kip saucijzen

Schil de aardappelen, halveer ze en kook ze in gezouten water.
Schil de winterwortel en snij het in schijfjes. Kook de wortel in een pan met water en een beetje zout.
Pureer de madam janette peper met de stamper in een vijzel, totdat dit een mooie puree is. Doe hier 1 theelepel knoflookpoeder (of 1 vers teentje knoflook) bij en voeg daarna een blikje tomatenpuree toe.
Mix het mengsel voorzichtig met de aardappelen, tot ze mooi zacht rood van kleur zijn, zonder dat de aardappels gepureerd worden.

Kook de spinazie met wat zout en voeg er een scheutje room aan toe.

Maak jus met jus saus, volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Als de jus klaar is, voeg de champignons, 1 theelepel knoflookpoeder en laurierblad toe en laat het een tijdje sudderen. Voeg de laatste 10 minuten de gesneden bladeren paksoi toe.

Stamp 4 madam janetjes in de vijzel. Pureer ze. Dit dient als ‘sambal’ bij de maaltijd.

Schep alles afzonderlijk op het bord met de madam janette sambal ernaast.

Samira’s Couscous

Couscous is een echte Marokkaanse specialiteit. Het wordt gemaakt van grof gemalen durum tarwe. Couscous komt van het arabische ‘keskes’ wat uit twee delen bestaande kookpot betekent.
Couscous wordt met name voor speciale gelegenheden gekookt of als er visite komt. Omdat iedereen gezellig mee prikt uit één grote schaal, is het echt ‘community-food’.

Samira heeft dit recept geleerd van haar moeder. Toen zij nog in Marokko woonde hoefde zij niet te koken, omdat zij met een grote familie samenleefde, met allemaal vrouwen die samen kookten.
Toen zij met 18 jaar naar Nederland kwam moest zij leren koken. Zo ook deze couscous. Door samen met haar moeder te koken, leerde zij allerlei traditionele recepten, waaronder deze couscous
Toch heeft ze het recept een beetje aangepast aan de snelle tijd.
Samira’s moeder kookt de couscous 3 keer, en maar zoals je kunt lezen in het recept, kookt Samira de couscous 2 keer.

10 personen

•     1 kilo Lamsvlees met schenkel
•     4 winterwortels
•     300 gr pompoen
•     1 grote zoete aardappel
•     1 courgette
•     3 uien
•     2 tomaat
•     verse koriander
* 1 blik kikkererwten
•     olijfolie
•     zonnebloemolie
•     zwarte peper (naar smaak)
•     1 theelepel zoete paprikapoeder
•     1 theelepel gemalen gember
•     1 theelepel kurkuma
•     zout
•     2 bouillonblokjes (groente bouillon)
•     1 kg couscous

Doe de couscous in een schaal en was het in water. 
Dep het droog en meng het met wat zonnebloemolie. Laat de couscous een tijdje rusten.
Doe water in het onderste gedeelte van een stoompan en voeg de couscous in het opzetstuk van de stoompan. Laat de couscous 20 minuten stomen.
Haal de couscous eruit, doe er wat water bij. (hoe meer water, hoe zachter de couscous). 
Voeg wat zout toe.
Laat de couscous weer rusten.
 Herhaal het stomen nogmaals, maar dit keer 30 minuten. 
Nadat de 2e keer stomen, mag de couscous in een grote schaal worden gedaan.

Doe olijf olie in een hoge pan. 
Bak hierin de gesnipperde uitjes glazig.
Voeg het gewassen vlees bij de uitjes en voeg de kruiden toe.
Laat het vlees, ui en kruiden een tijdje sudderen.
Voeg na 10 minuten 2 liter water bij met de bouillonblokjes.
Laat alles 1,5 uur garen.
Voeg na 1,5 uur garen, de grof gesneden groenten toe aan het vlees-bouillon mengsel en laat het meekoken, tot de groente zacht is en vol smaak.

Verdeel de groenten en het vlees over de couscous. Voeg een gedeelte van de bouillon toe en bewaar serveer met een extra kommetje bouillon.

           

Marokkaanse erwtensoep

Anders dan in de Nederlandse cultuur, is de Marokkaanse erwtensoep bedoeld als een soort saus, waar je het (Marokkaanse) brood in dipt.
De erwtensoep is heerlijk geurig, voedzaam en niet weg te denken uit de ‘gewone’ dagelijkse Marokkaanse keuken.
Deze erwtensoep werd geserveerd bij sardines, gamba’s en salade. En natuurlijk niet te vergeten, het Marokkaanse brood. Maar het is ook een heerlijke dipsaus bij andere maaltijden.

•     Spliterwten
•     2 uien
•     1 teentje knoflook
•     2 eetlepels gesneden koriander
•     2 theelepels gemalen koriander
•     2 theelepels komijn
•     1 theelepel gemalen gember
•     zout naar smaak
•     Olijfolie

Spliterwten wassen, dan in de pan. +/- 1 liter water erbij.
Snipper 2 uien en hak 1 teentje knoflook fijn.
Doe uien, knoflook, 2 theelepels gemalen koriander, 1 theelepel gember, zout en 2 theelepels komijn op de pliterwten.
Laat +/- 1 uur koken.
Pureer de erwten tot erwtensoep.
Serveren met olijfolie erop.

Marokkaanse Sardines

Marokkaanse sardines, geurig gekruid en gepaneerd met bloem, komt uit de alledaagse Marokkaanse keuken. Het is een feestelijk maal, dat toch alledaags wordt gegeten.
De Marokkaanse dames uit de Vrijheidswijk in Leeuwarden hebben naast deze overheerlijke sardientjes ook gamba’s, erwtensoep (voor op Marokkaans brood) salade en niet te vergeten heerlijke zoete Marokkaanse thee.
Recepten voor deze gerechten vindt u allemaal op deze website.

Recept voor 10 personen:

•          2 kg sardines
•          Verse koriander (fijngesneden)
•          Knoflook (4 – 5 tenen, fijn geraspt)
•          Zwarte peper (naar smaak)
•          Gemalen komijn (2 theelepel)
•          Zout (3/4 theelepel)
•          Bloem
•          Olie (om te bakken)

Maak de vis schoon, kop eraf en ingewanden eruit.
Kruiden in een kom doen (knoflook, koriander fijn gesneden, peper, komijn en zout) en meng dit alles.

Haal de vis door het kruidenmengsel. Paneer de vis daarna door de bloem .
De visjes  bakken in een hapjespan tot ze bruin zijn.

Oma’s Kaneel – Pecan lekkach

Bijzonder bewerkelijk, maar heerlijke koek , van mijn oma.
Oorspronkelijk uit de Duits-Oostenrijkse Joodse keuken. Ik herinner mij, dat als deze koek gemaakt was, het hele huis heerlijk rook (met de belofte dat we iets heerlijks bij de koffie/ thee gingen eten).
De koek smaakt naar appeltaart, maar zonder appel, met een heerlijk krokante onderlaag, door de stroop die gebruikt wordt.
Een koek die niet al te zoet is, gezellig smaakt (misschien wel door mijn herinnering)en bijzonder is om te zien en te proeven. Mijn hele familie vindt dit heerlijk en het is altijd feest als ik de tijd heb om deze koek te maken!
Ik heb dit recept weer geleerd aan mijn jongste ‘aanleundochter’, die dit de allerlekkerste taart vindt die ze kent.

•    1 zakje droge gist                                                Voor het mengsel:
•    2 eetlepels suiker                                                •    klont boter (+/- 45 gr)
•    0,6 dl lauw water                                                 •    5 eetl schenkstroop
•    0,75 dl melk                                                           •    150 gr licht bruine suiker
•    klontje boter (+/- 30 gram)                             •    2,5 theelepel kaneel
•   snuf zout                                                                   •    100 gr pecannoten,
•    1 losgeklopt ei                                                             grof gehakt
•    2 theelepels vanille-essence                         •    90 gr rozijnen
•    250 gram bloem

Doe de gist,  1 eetlepel suiker en lauw water in een kom. Mix het geheel 1 minuut, tot de gist oplost. Laat dit mengsel 10 minuten staan, tot het schuimig wordt.

Doe de melk, boter, zout en de rest van de suiker in een steelpannetje en laat het mengsel op middelhoog vuur net aan de kook komen. Laat daarna het mengsel afkoelen tot het lauw is. Roer dit door het gistmengsel en mix er vervolgens langzaam het ei en de vanille-essence doorheen. Voeg daarna beetje bij beetje de bloem toe en mix het geheel op gemiddelde snelheid in 4 minuten tot een glad en elastisch mengsel. (Let op! het mag niet te droog, maar ook niet te nat zijn!).

Vet een kom in met olie en leg het deeg in de kom. Draai de deegbal om, zodat het helemaal is bedekt met de olie (dit is tegen uitdrogen van het deeg). Dek de kom af met een schone theedoek en laat het deeg 1,5 uur rusten op een warme plaats, tot het naar een dubbele omvang is gerezen.

Vet een springvorm in. Bedek de bodem met bakpapier (tegen beschadiging). Besprenkel de bodem met 2,5 eetlepel stroop (goed verdelen). Meng suiker, kaneel, pecannoten en rozijnen en strooi de helft van het mengsel op de bodem van het bakblik.

Leg het gerezen deeg op een met bloem bestrooid aanrecht en rol het uit tot een rechthoek van +/- 20×40 cm. Bestrijk het deeg met de restant van de boter en de stroop en verdeel de rest van het mengsel over het deeg.

Rol het deeg op, tot 1 grote rol (boomstam) en snij het deeg dan in kleine stukken van ongeveer 2 cm breed.
Leg de gesneden stukjes naast elkaar en vul de bodem van het bakblik volledig.
Dek het blik toe met de theedoek en laat het deeg nog een 1 tot 1,5 uur rijzen.

Bak de koek in 35 – 40 minuten in een oven van 170 graden.
Laat de koek afkoelen voordat de springvorm wordt geopend.